Ik vraag me al een tijdje af waarom de kennis en verhalen die binnen universiteiten worden geproduceerd, vaak als waarachtiger en waardevoller worden beschouwd dan die uit de praktijk? Sinds wanneer weten onderzoekers immers meer van landbouw dan boeren? Deze en andere vragen hebben mij ertoe gebracht de politiek van kennis en technologie in de landbouw te bestuderen.
Vandaag de dag maak ik me zorgen over de snelle opmars van computergestuurde landbouwsoftware, geautomatiseerde machines, landbouwdrones, genetische manipulatie en andere kapitaalintensieve technologieën, die steeds vaker worden aangeprezen als de enige haalbare weg vooruit voor boeren.
Tegelijkertijd worden aarzeling en weerstand tegen deze technologieën al te gemakkelijk afgedaan als een terugkeer naar het verleden. Daarom stel ik vragen die ons kunnen helpen om dieper na te denken over de mogelijk radicale – en toch grotendeels onbekende – veranderingen die de digitale economie en de infrastructuur die deze ondersteunt, de landbouw en de samenleving toebrengt. Met dit onderzoek – en in nauwe samenwerking met basisorganisaties, boeren en boerinnen, ngo’s en onderzoekers uit verschillende disciplines – hoop ik bij te dragen aan een voorzichtigere benadering tot nieuwe technologiëen. Om zo te bouwen aan toekomstperspectieven die werken voor boer·inn·en en andere landarbeiders in België en ver daarbuiten. Bloeiende ecosystemen en rechtvaardige voedselsystemen zijn daarbij mijn leidraad.
Opgeleid als bio-ingenieur en later aangetrokken door de sociale wetenschappen, heb ik het geluk gehad te leren om landbouw te bestuderen zonder beperkt te worden door disciplinaire of institutionele grenzen. Zowel in mijn academisch onderzoek als in mijn engagement buiten de universiteit besteed ik veel aandacht aan hoe de politiek van technologie verweven is met het verleden, het heden en de toekomst van de landbouw.
Na als Marie-Curie-fellow te hebben gewerkt bij de afdeling Wetenschap, Beleid en Onderzoek van de Universiteit van Sussex en als universitair hoofddocent bij het Centrum voor Agro-ecologie, Water en Veerkracht van de Universiteit van Coventry, geef ik nu leiding aan het Friction-project in het Agro-ecologie Lab van de Université Libre de Bruxelles en maak onderdeel van het internationale netwerk AgroecologyNow. Een deel van mijn werk is hier te vinden.
Coline Prévost
Als lid van het friction-team en als promovendus, onder begeleiding van Barbara Van Dyck en Marjolein Visser (Agroecology Lab), bestudeer ik technologieën voor melkveebedrijven – zoals melkrobots, halsbanden met geintegreerde sensors, en beslissingsondersteunende software in de veeteelt – en de impact daarvan op landbouwpraktijken. Ik wil de huidige situatie ter discussie stellen door te begrijpen hoe de opkomst van Big Tech-bedrijven vorm krijgt op Belgische melkveebedrijven, en hoe dit de autonomie van boeren en hun band met koeien en graslanden op de proef stelt.
Hoe ben ik hierbij terechtgekomen? Na een interdisciplinaire opleiding in de sociale wetenschappen en literatuur heb ik een jaar op boerderijen gewerkt, waarna ik een master in agroecologie heb gevolgd. Mijn masterscriptie zette me aan het denken over de uitdagingen van technologie en soevereiniteit in de landbouw en wekte mijn interesse in grassroots innovatie. Voor mijn masterscriptie ben ik bovendien bekroond met de HERA-prijs 2025 voor duurzame voedselsystemen.
Momenteel denk ik na over de transformaties die de landbouw doormaakt en hoe deze veranderingen de landbouwpraktijken beïnvloeden. Hoewel de recente herverkiezing van Trump de angst voor toenemend technofascisme heeft aangewakkerd, is het moeilijker om kritisch om te gaan met technologieën als het om landbouw gaat. Welke impact heeft de opkomst van Big Tech op boeren, plattelandsgebieden en de meer-dan-menselijke werelden? Hoe kunnen we verder kijken dan de beloften van de digitalisering van de landbouw? De gevolgen van delfstoffenwinning voor de digitale infrastructuur en de werking van datacenters worden steeds zichtbaarder, maar de sociaal-ecologische effecten ervan op de landbouw en de samenleving blijven moeilijker te doorgronden.
Ik wil landbouwpraktijken en kennis documenteren – en verdedigen – die essentieel zijn voor een wenselijke toekomst, maar die dreigen te worden uitgehold of opgeslokt door kapitaalintensieve en datagestuurde technologieën.
Danya Nadar
Sinds ik me aansloot bij friction, richt mijn onderzoek zich vooral op de manieren waarop koloniële technologieën de traditionele landrelaties met betrekking tot zaden, gewassen en kennis overnemen en zich eigen maken, en op de verschillende manieren waarop deze relaties worden doorbroken. Vanuit dit kader wil ik bij friction onderzoek doen naar druppelirrigatiesystemen en de logica van land- en waterroof die in deze technologieën vervat zit.
Mijn werk bij friction bestaat uit twee delen.
Ten eerste draag ik bij aan de soepele samenhang van ons team, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie, financiën, technische capaciteit en teambuilding. Daarnaast probeer ik manieren te bedenken om ons werk buiten de muren van de universiteit uit te breiden. Dit doe ik door fondsenwervingsmogelijkheden te verkennen, externe communicatiestrategieën te ontwikkelen en ons werk onder de aandacht te brengen.
Ten tweede ligt mijn onderzoeksinteresse bij de toepassing van zogenaamde slimme digitale technologieën die van oudsher worden gebruikt voor precisieaanvallen door het leger, maar die nu worden toegepast in de landbouw. Ik ben geïnteresseerd in hoe deze technologieën in Europa opduiken, met een vergelijkende blik op hoe ze worden toegepast in landen in het Zuiden. Vaak worden deze technologieën en de structuren die ze ondersteunen (d.w.z. beleid, economieën, technologieën) eerst getest bij Europese en Noord-Amerikaanse boeren of boeren met grote stukken land, zoals in Brazilië, voordat ze naar andere plaatsen worden gestuurd en daar worden aangepast. Ik probeer de technologie te volgen en die beweging tussen verschillende regio’s te traceren.
Ik zit in de laatste fase van mijn doctoraat en onderzoek hoe irrigatie-infrastructuren de woestijnen van de Palestijnen en de Ch’orti’ Maya’s tot bloei hebben gebracht, vanaf de kolonisatie in de 19e eeuw tot vandaag.
Larissa Mies Bombardi
Wat me in mijn werk drijft is te begrijpen hoe het mondiale kapitalisme de landbouw en het plattelandsleven ingrijpend verandert. Al meer dan tien jaar onderzoek ik de sociale, ecologische en politieke gevolgen van pesticiden voor gemeenschappen in Brazilië, en breng ik tegelijkertijd in kaart hoe de agro-industrie haar macht versterkt – of dat nu gebeurt via grondpachten, de onteigening van boeren of het opleggen van technologieën, variërend van kunstmest tot drones en kunstmatige intelligentie.
Binnen friction onderzoek ik hoe de Europese Unie beleid ontwikkelt en uitvoert om de digitalisering van de landbouw aan te moedigen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Mijn aandacht gaat daarbij ook uit naar de manier waarop lobbyactiviteiten van bedrijven – van producenten van bestrijdingsmiddelen tot grote techbedrijven – dit beleid beïnvloeden, en hoe digitalisering en kunstmatige intelligentie niet alleen de landbouwpraktijken, maar ook het bestuur van de landbouwsector zelf ingrijpend veranderen.
Daarnaast blijf ik betrokken bij internationale initiatieven die streven naar een bindend mondiaal kader voor de banning van gevaarlijke pesticiden. Mijn functie als hoogleraar aan de afdeling Geografie van de Universiteit van São Paulo, waar ik vele jaren heb gewerkt op het snijvlak van onderzoek, onderwijs en maatschappelijke betrokkenheid, is momenteel onderbroken.
In de afgelopen 14 jaar heb ik me gespecialiseerd in pesticiden en landbouwbeleid, waarbij ik tientallen lezingen heb gegeven, artikelen heb gepubliceerd en aan meer dan 100 interviews heb gegeven in zowel Braziliaanse als internationale media. Bekijk hier meer van mijn werk.
Marjolein Visser
Friction wordt ondersteund door professor Marjolein Visser, wier jarenlange werk op het gebied van agro-ecologie en agrarische systemen van cruciaal belang is geweest voor de ontwikkeling van een systemische benadering binnen het Agroecology Lab. Friction bouwt voort op het werk van prof. Visser door landbouwpraktijken en -technologie te plaatsen binnen bredere sociaal-ecologische en economische netwerken.