Deze blogpost is een aangepaste versie van een presentatie op een onderzoeksdag aan de Université Libre de Bruxelles rond “Planetaire Grenzen en Geopolitieke Breuklijnen”, en werd oorspronkelijk gepubliceerd op AgroecologyNow.org.
Tijdens een onderzoeksseminarie aan onze universiteit eind 2025 spraken we over onze bezorgdheid over de relaties die worden opgebouwd tussen de wereld van het landbouwonderzoek en de Europese wapenwedloop.
Terwijl we getuige zijn van de onderling verbonden polycrises van aanhoudende genocide en de vernietiging van leefomgevingen voor toekomstige generaties, oorlog, klimaatontwrichting, de opkomst van rechts autoritarisme, besparingsmaatregelen, en het toezicht en de opsluiting van geracialiseerde lichamen, stelden we ons de vraag: welke rol speelt onze universiteit in het voeden van deze machine?
We stellen dat Belgische universiteiten die geconfronteerd worden met verlammende besparingen, nieuwe kansen zoeken in samenwerkingen met de defensie-industrie als (ironisch) veilige haven. Dergelijke samenwerkingen zijn zeker niet nieuw, maar de recent aangewakkerde wapenwedloop wordt aangegrepen door zowel de defensie-industrie als universiteiten om het discours te verschuiven van het creëren van wapens naar het omvormen van militaire technologieën voor civiel gebruik en omgekeerd — zogenaamde dubbel-gebruik of dual-use.
Het sterker aanhalen van voornoemde partnerschappen legitimeert de aanwezigheid van de defensie-industrie op onze campussen en normaliseert de samenwerkingen tussen publieke instellingen en het militair-industrieel complex. In het bijzonder argumenteren we dat de publieke steun voor de ontwikkeling van dual-use technologieën militarisering van de samenleving aanwakkert. We laten zien hoe de ingebedde logica’s van eliminatie en surveillance in de technologieën zelf genormaliseerd en geoptimaliseerd worden via civiel gebruik en vervolgens terugvloeien naar de militaire industrie. Tegelijkertijd breidt het opportunistisch schaalvoordelen uit voor het leger via directe en indirecte overheidssubsidies.
Publiek gefinancierd EU-militair onderzoek
In Europa horen we de oorlogstrommels luid en duidelijk — lidstaten hebben beloofd hun militaire uitgaven te verhogen tot 1,5%, een keuze waarvan veel burgers vinden dat ze publieke diensten en de welvaartsstaat heeft verzwakt. Als onderdeel van dit militariseringsprogramma stelde de Europese Commissie in april 2025 een ingrijpende wijziging voor in haar onderzoeksbeleid: het Horizon-programma zou onderzoek voor militair gebruik toelaten, met nadruk op financiering van dual-use projecten. Zoals Valentina Carraro opmerkt, “markeert dit een opvallende koerswijziging voor de EU”.
Het is nog te vroeg om de concrete gevolgen voor de herverdeling van onderzoeksgelden te beoordelen. Maar de politieke keuze om “veiligheid van grenzen” als topprioriteit te stellen zal onvermijdelijk ten koste gaan van zaken als onderzoek naar agroecologie, biodiversiteit en sociale rechtvaardigheid — kennis die nodig is om de huidige crissisen aan te pakken. In plaats daarvan worden middelen verschoven naar militaire toepassingen zoals AI, biotechnologie en autonome systemen, wat de samenwerking tussen universiteiten en de defensie-industrie verder zal versterken.
De universiteit vormt een ideaal ecosysteem voor de wapenindustrie. Onderzoeksafdelingen werken al aan geavanceerde technologieën en leiden studenten op richting militaire carrières. In België, zoals elders in Europa, worden onderzoekers grotendeels publiek gefinancierd, wat betekent dat militaire onderzoeksactiviteiten indirect extra gesubsidieerd worden via publieke instellingen. Dit alles normaliseert de aanwezigheid van het militair-industrieel complex op campussen en verleent sociale legitimiteit aan samenwerkingen rond dubbel-gebruik technologieën.
Feiten op het terrein
Op onze eigen campus zien we hoe onderzoekssamenwerking met de defensie-industrie al genormaliseerd is. Zo toont het Belgische Belspo-programma dat onderzoekers van de Université Libre de Bruxelles betrokken zijn bij projecten zoals: 5G-netwerken voor maritieme toepassingen; Onderzoek naar ballistische impact op ruimtemateriaal; en, Onderwatercommunicatie voor dronezwermen.
Voor alle duidelijkheid, deze samenwerkingen dateren al van vóór de huidige herbewapeningsgolf — wat de vraag oproept: wat komt hierna? Volgens ons gaat dit niet om “academische vrijheid”, maar om een fundamentele politieke en ethische kwestie. Het concept dubbel-gebruik vertroebelt echter het debat.
Landbouwtechnologie & militair dubbel-gebruik
In ons onderzoek focussen we op technologische ontwikkelingen in de landbouw.
Een klassiek voorbeeld van dual-use en landbouwtechnologie zijn pesticiden: ontstaan tijdens de Tweede Wereldoorlog, later ingezet in de industriële landbouw, en opnieuw gebruikt als oorlogswapen in de oorlog in Vietnam. In de jaren ’60 sproeide het Noord-Amerikaanse leger daar niet minder dan 41 miljoen liter Agent Orange. En het Mezan Centrum voor mensenrechten documenteerde hoe, sinds 2014, Israël herbiciden sproeit op Palestijnse landbouwgrond in de bufferzone die Israel van de Gazastrook scheidt, waardoor er dode zones ontstaan op grond die voorheen geschikt was voor landbouw.
Recente voorbeelden tonen hoe herbiciden blijvende schade voor landbouw en gezondheid hebben. Zoals uit het werk van onze collega Larissa Mies Bombardi blijkt, is de pesticiden-industrie rechtstreeks verantwoordelijk voor talloze gezondheidsproblemen die worden afgewenteld op het Zuiden, terwijl zij tegelijkertijd wereldwijde handelssystemen in stand houdt die neerkomen op chemisch kolonialisme.
Dit voorbeeld toont hoe militaire logica — eliminatie van “ongewenste” elementen — ingebakken raakt in technologie zelf. Herbiciden worden ingezet om de omgeving te controleren en ‘ongewenste’ planten of zogenaamd on-kruid te elimineren.

En dit is geen uitzondering.
Het is duidelijk dat moderne militaire systemen tegenwoordig minder te maken hebben met vliegtuigen, tanks en artillerie, maar grotendeels steunen op complexe, door kunstmatige intelligentie aangestuurde geautomatiseerde systemen. Deze technologieën zijn ontwikkeld of getest in een context van een zich ontvouwende genocide, waarbij de grote technologie bedrijven een cruciale rol spelen in de hedendaagse geautomatiseerde oorlogsvoering, zoals het gebruik van Microsoft-AI-technologieën en clouddiensten die het doden van Palestijnen mogelijk maken.
Dit zijn dezelfde Big Tech-bedrijven die ondertussen ook in zee zijn gegaan met de landbouwmachine- en de chemische industrie. Samen hebben ze de landbouw omgevormd tot een domein van gegevensverzameling, micro-management en automatisering, met beloften van ecologische en economische duurzaamheid. Hoe vertaalt de alliantie tussen Big Tech, het leger en landbouwtechnologieën zich dan naar de akkers en schuren, en hoe verandert dit ook ons landschap?
Gedeelde logica en infrastructuren
Dubbel gebruik is geen lineair proces waarbij technologieën parallel worden ontwikkeld voor militair en civiel gebruik. Het gaat evenmin om een eenvoudige omzetting van militair naar civiel gebruik, of omgekeerd. Het gaat veeleer om complexe, onderling verweven processen en gedeelde technologische infrastructuren.
We zien tekenen van deze verwevenheid bijvoorbeeld in halsbanden voor het vee. Ons onderzoek bij Belgische melkveehouders heeft onze aandacht gevestigd op de manieren waarop Israëlische bewakingstechnologieën ook koeien in België continu in de gaten houden. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van Afimilk-hoefsensoren om de bronstcycli van koeien nauwkeurig te volgen, of SCR-technologie die het herkauwen van koeien registreert. Deze twee technologieën laten zien hoe AI-technologieën, die in landbouwkringen vaak worden aangeprezen als hulpmiddelen voor efficiëntie en het welzijn van koeien, in feite zijn ontwikkeld vanuit de militaire logica van bevolkingsbeheersing. Deze twee technologieën laten zien hoe AI-technologieën, die in landbouwkringen vaak worden aangeprezen als hulpmiddelen voor efficiëntie en het welzijn van koeien, in feite zijn ontwikkeld vanuit de militaire logica van bevolkingsbeheersing.
Netafim, een leverancier van druppelirrigatietechnologie die aan boeren wordt aangeboden als een milieuvriendelijke oplossing voor de gevolgen van klimaatverandering, is een samenwerking aangegaan met mPrest Systems om een slim systeem te ontwikkelen dat is gebaseerd op Israëlische precisietechnologieën uit de defensiesector, zoals het Iron Dome-systeem. Deze technologieën worden geprezen omdat ze in de praktijk zijn getest bij de ontwikkeling van NetBeatTM – het ‘eerste irrigatiesysteem met een brein’ – dankzij mPrests Systems’ “luchtbewustzijn, doelclassificatie en de berekende en gecontroleerde lancerings- en onderscheppingsprocessen”. “Het ‘brein’ is een slim platform voor irrigatiebeheer waarmee boeren irrigatietechnologieën kunnen monitoren, analyseren en aansturen binnen een gesloten systeem, dat dagelijkse irrigatiestrategieën op maat biedt en realtime gegevens levert”. Zoals Who Profits het stelt, worden deze tests niet uitgevoerd ten behoeve van de boeren, maar zijn ze opgezet, beheerd en gekoppeld aan de technologieën die de bezetting en de voortdurende belegering van het Palestijnse volk mogelijk maken.
Een andere technologie die op grote schaal wordt gepromoot – ook al is ze (nog) niet wijdverbreid in de Belgische landbouw – is het gebruik van drones. Tijdens een demonstratiedag over agroecologie toonde het Vlaams Instituut voor Land- en Visserijonderzoek (ILVO) bijvoorbeeld hoe drones kunnen worden ingezet voor taken als het sproeien van biostimulanten en irrigatie, het witkalken van kassen, of het zaaien zonder dat mensen over de velden hoeven te lopen of zware tractoren de bodem verder verdichten. Op andere landbouwbeurzen promoot het ILVO het gebruik van drones voor monitoring, kartering en het sproeien van bestrijdingsmiddelen.

De promotie en het gebruik van drones in de landbouw dragen ertoe bij dat militaire technologie wordt afgeschilderd als onschadelijk, en maken het tot de norm dat bewegingen en omstandigheden voortdurend worden gemonitord of dat taken worden uitgevoerd met behulp van op afstand bediende apparaten. Bovendien wordt hierdoor de markt verder uitgebreid voor technologieën die oorlogsvoering rechtstreeks aanwakkeren en autoritaire politieke regimes in de kaart spelen.
Het grootschalige gebruik van drones in diverse civiele sectoren, waaronder de landbouw, maakt het mogelijk deze technologieën te testen en op te schalen, waarna ze vervolgens voor militaire doeleinden worden ingezet, zoals we in Oekraïne hebben gezien. Ook de onderzoekssteun van de Europese Unie aan de Israëlische drone-startup Xtend laat zien hoe de ontwikkeling van drones voor civiel gebruik uiteindelijk leidt tot de ontwikkeling van technologie voor de luchtvaartoorlogvoering.
De politieke context
Vaak wordt aangevoerd dat vrijwel alle technologieën zowel voor militair als civiel gebruik kunnen worden ingezet. Wij zijn echter van mening dat moderne technologieën niet in een politiek vacuüm ontstaan. De technologieën die wij hebben belicht, zijn ontstaan in een tijdperk van klimaatcrisis, diepgeworteld racisme, imperialisme, militarisering en genocide. De stijgende militaire uitgaven in de EU, aangewakkerd door oorlogsretoriek en het aansluiten bij de VS, weerspiegelen de steeds nauwere verwevenheid van EU-instellingen en lidstaten met defensiebedrijven en Big Tech. Zoals uit de analyse van TNI blijkt, stimuleert het witboek van de EU de prioritering van AI, autonome systemen, surveillance en andere grootschalige computerinfrastructuren, waarbij militarisering wordt gepresenteerd als innovatie en concurrentievermogen.
In het kort, de onderzoekssamenwerkingen rond deze technologiëen en al wat ze aan boer·inn·en (en anderen) aanbieden, kan niet verstaan worden zonder het ook te hebben over hoe ze:
- de productie van militaire technologieën voor civiele doeleinden legitimeren en normaliseren: technologieën voor dubbel-gebruik en samenwerkingsverbanden zorgen ervoor dat de integratie van militarisering in onze samenleving als normaal wordt beschouwd; ze bieden het leger een platform om hun technologieën wit te wassen of groen te wassen, terwijl ze jonge, getalenteerde mensen de kans bieden om mee te werken aan de ontwikkeling van deze technologieën;
- de militaire logica van controle en eliminatie normaliseren en uitbreiden binnen de technologie zelf: we zien dit steeds vaker terugkomen bij het beheersen van mensenmassa’s of bij bewaking op afstand, en hoe dit wordt toegepast in de landbouw;
- de markten van het militair-industriële complex uitbreiden: overheids- en particuliere investeringen in onderzoek naar technologie voor dubbel-gebruik gebruik creëren wat sommigen als ‘zakelijk potentieel’ zouden kunnen beschouwen. Dit leidt tot schaalvoordelen en marktuitbreiding door de technologie zelf te herbestemmen – van moordmachines naar het verlenen van maatschappelijke diensten;
- terugkoppeling van het civiele gebruik van deze technologieën naar de defensie-industrie tewerkstellen: er zijn steeds meer aanwijzingen dat wanneer militaire technologieën in de publieke sector worden toegepast, deze gegevens opleveren voor defensiebedrijven die vervolgens hun wapens verbeteren. Dit blijkt uit het gebruik van aangepaste civiele drones in Oekraïne, zoals hierboven geïllustreerd, wat aantoont dat we – zoals het hoofd van het NAVO-onderzoek opmerkte – te maken hebben met een ommekeer ten opzichte van het onderzoek uit de jaren zeventig, dat werd aangestuurd door grote militaire onderzoeksprogramma’s zoals DARPA, naar militaire innovatie die wordt aangestuurd door civiele ecosystemen. Hieruit blijkt duidelijk hoe civiele drones een cruciale rol spelen bij de snelle, schaalbare en goedkope uitbreiding van toekomstige militaire capaciteiten.
De universiteit van binnenuit aanpakken
In het huidige klimaat van herbewapening vinden wij het van cruciaal belang dat ieder van ons – in onze hoedanigheid van onderzoeker, collega en lid van een afdeling of faculteit – bezwaar maakt tegen de rol van de universiteit in militarisering en militarisme, en daar ook luid en duidelijk onze stem tegen laat horen. We moeten ethische commissies ter verantwoording roepen en ons inzetten voor een universiteit die het leven bevordert in plaats van de dood te zaaien. Dit kan door militarisering bij naam te noemen in plaats van deze te verhullen met technisch jargon en innovatiekaders, en door de rol van de universiteit in opiniestukken, blogposts en dergelijke in kaart te brengen, waarin de samenwerking van de universiteit op defensiegebied wordt beschreven. We kunnen lessen trekken uit de studentenbezettingen van 2024 om de solidariteitsbeweging tegen de oorlog verder uit te bouwen. We kunnen ons laten inspireren door de manier waarop onderzoekers ook op andere momenten van universitaire medeplichtigheid aan de ontwikkeling van militaire technologie, een ethiek van verzet hebben gecultiveerd.
Dit onderstreept eens te meer hoe belangrijk het is om debatten over agroecologie politiek te verankeren en te baseren op een uitgesproken antikoloniaal standpunt, op streven naar boerenlandbouw en op voedselsoevereiniteit. Steeds meer initiatieven die digitale technologieën benaderen vanuit het perspectief van hun mogelijkheden en belemmeringen voor de agroecologie, lopen het risico dat ze de noodzaak van digitale veiligheid in grotere mate slechts met de mond belijden. Zoals we hierboven hebben betoogd, kunnen we de klimaatcrisis niet los zien van genocide, van de zogenaamd agroecologische oplossingen die door Big Tech worden aangedragen, en van de rol die onze openbare universiteiten spelen bij het stimuleren van deze oplossingen. Dit omvat de invloed die universiteiten hebben op de manier waarop jongeren hun rol in de wereld zien, en op het vormgeven van landbouwtrajecten die zich meer specifiek richten op de behoeften van kleine boeren in plaats van op die van Agri-Tech en Big Tech.
